 |
 |
 |
Ervaringen
Week 46
'Succes' is een verwarrend woord voor de stadsmonnik; het komt in zijn woordenboek niet voor, maar hij leeft in een wereld waarin dit woord tot één van de voornaamste ijkpunten van de samenleving behoort.
Succes is animerend, geeft goede moed, allemaal waar. Maar toch, maar toch..., de contemplatief weet er niet goed raad mee. Succes is bij wijze van spreken té meetbaar. De gratuïte liefde van de Allerhoogste is om niet. Een leven dat zich op de waarheid richt, ziet voorbij aan geslaagd-zijn; de monastieke toewending is een waarde in zichzelf.
Velen begrijpen dit niet. Het is een bijna dagelijkse opgave voor de stadsmonnik zich niet te laten gijzelen door de succes-vraag die de wereld stelt. Tot die wereld behoren overigens ook soms de zogenaamde wereldheren, parochie-pastores die denken in beleidsplannen, 'nut' en aantallen.
Als iets heel simpel is, valt het eigenlijk niet uit te leggen. Leven in de stilte en eenzaamheid gaat niet om de stilte en eenzaamheid als zodanig, het is een middel om God te naderen. Niet omwille van het eigen ego, maar omwille van het heil van de wereld. |
week 45
Het leven als stadsmonnik, vooralsnog op solo-basis, is geen eenvoudig avontuur. Omdat er geen duidelijke bescherming is; 'men' -de wereld om je heen- beschouwt je als een gewone burger die in zijn vrije tijd wat vroom loopt te wezen.
Ook is er niet de markering van een klooster of een habijt. Ja, de dracht is nu een half habijt -een bruine 'kiel' met capuchon-, maar alleen de kenner herkent dat. Regelmatig gaat de telefoon, bekenden bellen, de wereld komt binnen met al z'n verhaaltjes en triviale wederwaardigheden. Het leidt af.
Bescherming is monastiek gesproken noodzakelijk, dat heeft de abdij-geschiedenis geleerd. Een isolatie níét ten behoeve van de isolatie zelf, maar ten behoeve van een biddende verbondenheid met God en de wereld.
Alhoewel het stadsmonniken-avontuur niet eenvoudig is, boeiend is het des te meer. |
week 44
Wat te schrijven als er eigenlijk geen bijzondere ervaring te melden valt? In wezen is dat de bedoeling van het monastieke leven: in een gestage gelijkmatigheid leven voor het aanschijn van de Allerhoogste.
Maar ondertussen zijn er toch stoorzenders; dat wil zeggen, er is er maar één en dat ben jezelf. Want waarom zoveel ergernis opdoen aan bijvoorbeeld de kabinetsformatie? Het is niet kwaad mee te leven met het nieuws, maar anderszins mag het niet te 'vullend' zijn. Hoe verleidelijk ook, de leegte in jezelf is niet te verdrijven met allerlei feitjes en nieuwsgierigheid.
Op de hoogte willen zijn kan geen kwaad zolang het geen stoplap is voor de eigen leegte, want die kan alleen gevuld worden door een Ander. |
|
week 43
Maria Tenhemelopneming, het hoogfeest in de midzomer. Altijd is het weer een 'hoge' ervaring dit feest te mogen vieren.
Zij is zo herkenbaar voor gewone mensen, ook voor de contemplatief aangelegde mens. 'Mijn hart prijst hoog de Heer', 'doe maar wat Hij jullie zegt'; haar vreugde en weerbare gehoorzaamheid raken het hart. Zij is een stille gelovige, biddend verbonden met de Zoon. De eucharistieviering in de kathedraal is tintelend licht, mooi en inspirerend.
De gedachten gaan uit naar de proclamatie van het dogma van haar tenhemelopneming in 1950. Op dat moment is een groepje aanwezigen op het Pietersplein geïnspireerd een contemplatieve orde te gaan stichten; het zou uitmonden in de monastieke familie van Bethlehem.
Volgens de spiritualiteit van de heilige Bruno leven de broeders en zusters in eenzaamheid en stilte. 'Dieu cherche des adorateurs' (God zoekt aanbidders) vermeldt één van hun schaarse publicaties.
'Mijn hart prijst hoog de Heer', de kern van monastieke spiritualiteit. |
|
week 42
De zomerretraite is even onderbroken moeten worden. Het bericht kwam binnen dat een oud-collega uit Amsterdam was overleden. Altijd een lastig moment: gaan of niet gaan. In de monniken-levensstijl is het niet gangbaar de zogenaamde monastieke observantie te onderbreken. Als de gebedsmolen even tot stistand komt, kost het altijd kracht om weer op stoom te komen.
De uivaartdienst vond plaats in de ozo vertrouwde St. Nicolaaskerk in Amsterdam. Heel veel mensen. Een geïnspireerde samenkomst.
Het indrukwekkendste evenwel was de bekendmaking waar deze overleden priester begraven ging worden: op het kerkhof-gedeelte waar de omgekomen drugsverslaafden ter aarde zijn besteld. Een prachtig getuigenis van de evangelische bewogenheid die hij bij leven betoond had. |
|
In verband met de zomer-retraite wordt de eerstvolgende 'ervaringen' geplaatst op 9 augustus. |
week 41
Zondag 11 juli, een memorabele dag.Voor monniken omdat het hoogfeest van de heilige Benedictus op de kerkelijke kalender staat. Voor de wereld is het een bijzondere dag omdat er gevoettebald gaat worden.
De stilte van de monniken zal niemand storen. De oranje geluidsverontreiniging is daarentegen onontkoombaar. De cultus die de samenleving bevangt is wel heel bevreemdend; waar gáát het over?! Een lieve vriendin is op veel te jonge leeftijd overleden. De kloof tussen waarden laat zich schrijnend gevoelen. Er is geen enkele kans om te bezinnen.
Niet zo gek dat Benedictus de stad Rome ontvluchtte om de stilte in te trekken... |
Week 40
Soms geeft het dagelijkse nieuws inspiratie. In de krant kunnen soms citaten voorbij komen die blijven hangen.
De succesvolle voetbaltrainer zegt: 'Als je iets wil, moet je 't écht willen. Als je in iets gelooft, moet je 't ook écht geloven'.
Ja hallo!, denk je in eerste instantie, vanzelfsprekend... Maar na verloop van tijd dalen deze simpele woorden toch in. Écht willen, écht geloven is wars van ieder greintje vrijblijvendheid, het bepaalt werkelijk -sorry voor het modewoord- je focus; het voedt enthousiasme, het vervuld zijn van God. |
week 39
De heilige Franciscus noemt het lichaam 'broeder ezel'. Deze door God vervulde mens wist alle ongemak te verdragen; welke wederwaardigheid hem ook trof, Frans was voortdurend in contact met zijn Heer.
Wat valt er voor een gewone sterveling veel te leren! Als broeder ezel even dienst weigert, staat de wereld op zijn kop. Het is verdraaid lastig op iets anders bedacht te zijn dan de fysieke beperkingen. Bidden wordt vechten, zingeving wordt een opdracht. Het kluizenaarschap valt ten prooi aan de gedachte van zelfoverschatting.
Er zijn bescherm-engelen nodig om de kluis op orde te houden en te bevoorraden. Mooi, ze zijn aan komen vliegen. Broeder ezel richt zich weer op. Maar oef!, wat is Franciscus een heilige; een voorbeeldige inspirator. |
week 38
De liturgie van de kerk kleurt het leven van de monnik. Alle ervaringskernen van het bestaan komen aldus aan de orde. Althans, dit is een ideaal-toestand, want met Pasen kan men zich door een concrete omstandigheid allerminst feestelijk voelen, en op Goede Vrijdag allerminst verdrietig.
Op dit moment is het de 'tijd door het jaar': redelijk non-descript. Om de zoveel tijd komt een feest of een hoogfeest voorbij en dat is dan heel welkom. De liturgische kleur is nu groen, verwijzend naar nieuw leven, hoop, verwachting.
Het is mooie uitdaging je hier op toe te leggen... |
week 37
De wereld is vervuld van oranje, er is geen ontkomen aan.
Een voetbalvirus is virulent. Het is niet langer correct aanstoot te nemen aan dit verschijnsel. De massa heeft altijd gelijk. Begrip hebben is de norm, zelfs als er iets indruist tegen je natuurlijke sympathie. Zo kan onze blondgekuifde ridder in de politieke arena zich ook verheugen op het amechtige begrip van andersdenkenden. We moeten begrip hebben, want dat is correct...
Terug naar oranje. Een stadsmonnik heeft een grotere kans door het virus besmet te worden dan een rurale monnik, maar tevens doet zich de mogelijkheid voor anti-stoffen te ontwikkelen. Wat maakt gelukkig? Iets moois mogen ontvangen waardoor je in beweging wordt gezet. Een liefdesrelatie of een geloofsrelatie activeert, verdiept, geeft groeikansen, is wederkerig. En een gewonnen wedstrijd? Hoi, hoi...; maar wat is het eigen aandeel?
Is dit een te serieuze reflectie? Nee hoor, het is een anti-stof om gezond te blijven. First things first: de wereld is vervuld van Goedertierenheid. Dit inzicht wordt door velen als niet politiek-correct beschouwd, als wereldvreemd zelfs. Soit... Laat het voettebal maar komen.
|
week 36
Monnikendom is ondenkbaar zonder gemeenschap. Het zou on-evangelisch ijdel zijn te menen zonder anderen te kunnen. Vreugde delen vermeerdert, tegenheden delen halveert.
Er zijn christenen die in succes en vreugde een vingerwijzing van de Geest zien. Wie weet hebben ze gelijk..; maar hun gelijk verdampt wanneer zij bij tegenheden afwezig geven.
Het is dé uitdaging van de monnik met dit laatste vruchtbaar om te gaan; niet lijdzaam, maar vertrouwend op de Geest. |
|
Zachtmoedige wegversperring |
week 35
Soms nodigen ervaringen uit tot het maken van een metafoor.
Na de lauden op zaterdag is er tijd om de oude vertrouwde fietsroute te peddelen. In de hoop langs de rivier weer de lepelaar te kunnen ontwaren.
De tocht verloopt voorspoedig: flink tempo, blauwe lucht, wind door de haren. Op het mooiste stukje duiken koeien op, zij staan in gelid dwars op het fietspad. Tegen dit zachtmoedige geweld is niet veel aan te vangen. Ja, wachten... Maar ook wachten kent z'n grenzen, je moet tenslotte toch eens door! Omdraaien dus, en vervolgens via een grote omweg uitkomen waar je wilde zijn. Helaas, geen lepelaar te zien op de plek van de vorige keren.
Licht melancholisch terug fietsen, als een verplicht corvee. Nee toch? Daar staat er eentje, onmiskenbaar, de pollepel-snavel laat geen enkel misverstand toe. Op een onverwachte plek.
De zachtmoedige wegversperring is vergeten.
|
Week 34
Het langste officie van de dagelijkse zeven gebedsmomenten is de nachtwake. Na de opening een hymne, drie (gereciteerde) psalmen, een bijbellezing, weer drie psalmen, een niet-bijbelse lezing (op dit moment Franciscus van Assisi), een slotgebed en de afsluiting.
Om vier uur gaat de wekker en een kwartier later zit de monnik op z'n krukje in de 'binnenkamer', de gebedshoek in de kluis. Een Christus-ikoon, een Maria-ikoontje, en een klein waakvlammetje. Om te kunnen lezen is er een spotje met een dimknop. Van de kartuizers is afgekeken om het licht tot een minimum te beperken; 'minimal art' is heel voornaam om tot het wezen van de dingen door te dringen en je deelgenoot te weten van de schepping. Als 'lantaarn' om van bed naar bidhoek te komen, of om koffie te zetten, dient de display-verlichting van het mobiele telefoontje. De zijns-toestand op dit uur van de dag is én heel zuiver én halfwakend. Hierdoor lijkt het langste officie helemaal niet zo lang.
Op dit moment van het jaar (lente) is het om kwart over vier nog helemaal donker en stil; om half vijf begint de eerste vogel te fluiten. Bij de langste dag van het jaar , zal de nachtwake in het licht beginnen. Het is een heel eigen eigen bekoring om te kunnen/mogen leven op het ritme van de seizoenen. |
Week 33
Op een steenworp afstand van de kluis schettert en knalt het jazz-festival. Het zal veel vreugde en vrolijkheid geven aan de grote massa toehoorders. Vier dagen lang een orkaan van wervelende geluiden.
De stad -althans deze plek- is voor enkele dagen niet langer geschikt voor contemplatief leven. Heel vervelend, gevangen zitten in de decibellenterreur.
Deze ervaring leert dat stilte onontbeerlijk is voor een monastiek bestaan. Niet uit minachting voor muziek, leut en vrolijkheid, maar uit liefde voor het zwijgen. |
week 32
Het is er weer de tijd naar om lange fietstochten te maken. Aandacht voor bewegen, lichamelijkheid is ozo belangrijk.
Het ritme van alsmaar dezelfde monastieke dagorde zet zich voort in alsmaar dezelfde rijwiel-route. Dat is niet saai. Zoals iedere dag het getijdengebed toch anders is, zo is ook de ervaring van iedere fietstocht weer verschillend. Fascinerend hoe het landschap telkens anders kleurt en zich tooit. Altijd diezelfde polder in, een stukje langs de rivier, het jonge bos doorkruisen en dan weer de stad in, terug naar de kluis.
Achter de rivierdijk liggen uiterwaarden, een prachtige ruige natuur. Een soort van-in-den-beginne schouwspel. In de vroege avond steltlopen door het water drie lepelaars. Zeldzame vogels. Ze laten zich onbeschaamd observeren. Een unieke ervaring, alsof men even mag deelhebben aan een geheime wereld. |
week 31
Een minder nieuw verschijnsel dan de informatie-overvloed, maar ook recent, is het 'zinloos geluid'. Voor een paar tientjes is een apparaat aan te schaffen waar je een enorme herrie mee kan maken: de getto-blaster, en zo is er meer ongein. Overal in de stad is geluid: de winkels, de horeca, het station... Een ober zei, bij navraag of hij niet gek werd van het geluid: 'Ach meneer, op den duur hoor je het niet meer, ik ben eraan gewend....'
Muziek heeft z'n exclusiviteit verloren. De stilte of het geroezemoes wordt niet opgesierd door harmonieuze klanken, in het centrum is "muziek" uitgangspunt; tussen aanhalingstekens, want muziek moet uit de stilte geboren worden en ernaar terugkeren. En ditzelfde geldt ook het spreken, het bidden.
Koninginnedag: een orgie van zinloos geluid. Gelukkig zijn er plattelands-abdijen om op zulke dagen toevlucht te zoeken. Vanuit de stilte klinken in het koorgebed de hymnen en psalmen. Hoe verheffend: echte muziek, om vervolgens naar de stilte terug te keren... Om nooit aan te 'wennen'. |
|
Informatica-hyperventilatie |
week 30
De elektronische snelweg, de digitale media, e-mail hebben een grote invloed in de moderne cultuur. Daarnaast is het onontkoombaar; een 21e-eeuwer kan niet functioneren zonder deze communicatie.
Praktisch alle kloosters hebben meerdere computers in de bibliotheek staan; en monniken hebben een elektronisch adres. Kartuizers weten als enigen hieraan te ontkomen; als er gecommuniceerd moet worden met de buitenwereld, gaat dat per fax. Het is de vraag hoelang dit vol te houden is: de fax is -zoals het telegram- op sterven na dood.
Door de elektronische snelweg is de hele wereld per muisklik binnen te halen. Voor het monastieke leven kan dit bedreigend zijn; eenzaamheid en een zekere afgeslotenheid kunnen gevaar lopen met al deze mogelijkheden. Hoe om te gaan met deze ontwikkelingen, het is een serieus punt van bezinning. Het is bijna niet meer mogelijk een ' cordon informatif ' aan te brengen. Zelfs een schalkse Kartuizer die een I-phone weet te bemachtigen, heeft via de sateliet de wereld aan zijn voeten.
Natuurlijk, monastiek leven in eenzaamheid is een vrije keuze. Maar moeilijker, of anders, -al naar gelang- is het wel geworden. Eenzaamheid (in de zin van non-communicatie) en stilte zijn niet langer op eenvoudige wijze voorhanden, je moet er iets voor organiseren. De gevolgen zijn -letterlijk- ongekend. Niet alleen voor monniken. Het is te hopen dat de geestelijke volksgezondheid niet ten prooi valt aan een informatica-hyperventilatie.
Het is van groot belang soms gedwongen te zijn je niet anders te kunnen richten dan op de Ene. Gericht staan op de Ene: dé uitdaging voor stadsmonniken, broeders van het Stille Leven...; en wie weet een voortrekkersrol ten behoeve voor alle broeders en zusters van het Gewone Leven. |
Week 29
'Ledigheid is des duivels oorkussen', het is een bekend gezegde. Dit duveltje duikt geregeld op in de stilte. Als een soort Pavlovreactie moet een gevoel van ledigheid getransformeerd worden naar activiteit. Bezig-zijn, bezig-zijn, niet indutten.
Een vitale monnikengemeenschap is te herkennen aan een verzorgd gebouw. Een wakkere contemplatief (eigenlijk een pleonasme) kijkt om zich heen, heeft oog voor detail. Het innerlijk veruiterlijkt zich.
Benedictus stelt dat het gereedschap evenveel zorg en aandacht vraagt als het heilig vaatwerk. De poetsdoek, de emmer en de bezem zijn geliefde voorwerpen. Althans, zo moeten ze beschouwd worden.
Innerlijke en uiterlijke schoonheid zijn op elkaar betrokken; dat leert de ervaring...
|
week 28
Het is spannend. Gaat er een incarnatie van het stadsmonnikendom komen?
'Spannend', dat wil zeggen het gaat erom spannen of de beoogde locaties (woon- en bidplek) realiseerbaar zijn. De spanning voelt constructief. De Geest, de Voorzienigheid zal de juiste onderscheiding maken.
Is dat niet Pasen?: geloven dat de Heer nooit laat varen de werken van zijn handen? Het gebed in de kluis vervolgt ondertussen zijn eigen onverstoorbare weg. Het is goed. |
Week 27
Een vriend is gestorven. Nee, dit wordt geen opmaat naar de verrijzenis van Jezus. Gewoon een vriend, niet eens zo'n hele goede, maar wel dierbaar. Hij laat een lieve vrouw en een gezin na.
Hij wist velen te vermurwen met zijn prachtige flonkerende blik waarmee hij mensen in zijn levens-optimisme probeerde mee te trekken. Of hij dit echt beoogde is onduidelijk, maar het was wel het effect. Zelfs toen een spierziekte hem trof en uiteindelijk amper nog adem kon halen, bleef hij welgemoed, licht, flonkerend. Nu is hij dood.
Zijn afscheidsbrief, gedicteerd een paar dagen voor zijn benauwde dood, is van een ontroerende levensvreugde. Hij wist het niet zeker, maar hij hoopte op een hemel. We hebben afscheid van hem genomen in het crematorium. Licht verspreid rondom de kist en gezegend met water. Die hemel zál bestaan. Dat kan toch niet anders? Die moedige levensvreugde moet toch beantwoord worden?
Dit mysterie, de onoverwinnelijkheid van de vreugde om het leven, is naast -in zekere zin- logisch, ook de diepe ervaringskern van het paasfeest. Liefde kan niet gedood worden. Met alle ellende (misbruik etc.) die nu in de kerk rondwaart, kleurt deze vriend het paasfeest in de kluis. Zeker, Jezus redt mensen, Hij is verrezen en wil ons door de dood hééntrekken. Hiertoe strekt het doopsel. Maar hoe dankbaar een gedoopte te kennen die die Vreugde vast wist te houden; hij zal nu vastgehouden wórden.
|
week 26
Stilte voor de storm. De vastentijd loopt ten einde, de vreugde van de Verrijzenis is nabij.
De vastentijd duurt lang, veertig dagen, maar is anderszins te kort. Minder eten, geen alcohol, geen boter op het brood, meer aandacht voor bezinning en gebed, op zoek gaan naar je eigen kleinheid... al deze goede voornemens van Aswoensdag zijn nog in ontwikkeling en allerminst voltooid. Het is niet voor niks dat de monnikenvader Benedictus zijn broeders oproept te leven als ware 't het hele jaar door een vastentijd.
Een grote belager van de goede voornemens is het duiveltje met de naam 'Even'. Even dit en even dat, zo erg is dat toch niet? Te vaak wordt geschamperd over de matiging: er is wilskracht voor nodig.
Enkele jaren geleden werd prachtig gepreekt over het vreugdevolle van het vasten, ademloos werd geluisterd naar de Benedictijner pater. Tevens was het amusant, de man was een gezellige dikkerd, een overduidelijke bon-vivant. Zo werd in levende lijve geïllustreerd dat Benedictus gelijk heeft: vasten is een levenslange in-oefening, we zijn er nooit mee klaar. |
week 25
In het getijdengebed trekken vele teksten aan de bidder voorbij: psalmen, bijbellezingen, teksten van kerkvaders, de vaste gebeden, lofzangen et cetera. Uit de monastieke traditie is bekend de zogenoemde ruminatio, het 'herkauwen' van een bepaalde tekst die in het bidden voorbij is gekomen. Het kan een woord of een heel korte zin zijn, die de rest van de dag met je meetrekt als een arbeidsvitamine tijdens de verschillende dagelijkse werkzaamheden.
Laatst was er een stuk uit een lezing uit de Hebreeën-brief dat bijzondere indruk maakte. Waarom? Omdat er een kern uitgedrukt wordt van het monastieke engagement, en -om het chique te zeggen- van de relevantie van het contemplatieve getuigenis. Dit staat in hoofdstuk 11 vers 6: "Zonder het geloof is het onmogelijk om aan God te behagen; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij beloont allen die Hem zoeken."
Hoe treffend, een tekst om altijd op zak te hebben. |
week 24
Leven in eenzaamheid klinkt de meesten als volstrekt dwaas in de oren. De mens is immers geschapen om samen te zijn? Het antwoord kan niet anders dan bevestigend zijn.
Koningin Wilhelmina was eenzaam, maar niet alleen. De eenzaamheid kan niet geleefd worden zonder verbondenheid; met je dierbaren, met Christus. En in Hem kan zich een relatie ontwikkelen met die vele anoniemen die lijden. Hoe waar dit ook mag zijn - en als het gewaar wordt is de genade rijkelijk - de praktijk van het eenzame 'alleene' leven kan toch weerbarstig zijn. Samen bidden heeft een heel eigen kracht.
Gelukkig zijn hier twee trappistenabdijen in de buurt. De gewoonte heeft zich ontwikkeld twee tot drie maal per week naar de completen in Zundert te gaan en iedere zondag naar de lauden in Tilburg. Uitziend naar tijden dat monniken (meervoud) in de stad een zelfde functie kunnen vervullen voor de biddende stedeling. |
week 23
Afgelopen week tijdens een dagelijkse eucharistieviering in de kathedraal is een jongeman aanwezig. Nooit eerder gezien. Hij straalt iets uit. Wat?: interesse voor stadsmonnikendom. Merkwaardig: intuïtief is het te zien.
Na de mis is er een drang hem de folder van 'de broeders van het Stille Leven' te geven. Er komt iets tussen, een vraag van een bekende kerkgangster voor een gesprek. Inmiddels is de jongeman gevlogen. Een kerkwacht zegt: er was iemand met belangstelling voor stadsmonnikendom, hij heeft de folder meegenomen...
|
|
Toch nog een vastenoefening |
week 22
Wat is er te vasten als het monastieke leven eigenlijk als zodanig staat in het teken van onthouding van aardse genoegens?
Overigens heeft deze 'onthouding' niets met zelfkwelling o.i.d. te maken. Integendeel, het is een levenswijze die vrij maakt. Zo is bijvoorbeeld het afzien van televisie-kijken bijna altijd weldadig. Een mens mist maar heel weinig (tot niets) als de verrekijk is verbannen.
Maar toch: sóms hangt er iets in de lucht dat onweerstaanbaar is. Schaatsen op de Olympische Spelen, de tien kilometer. Éen keer (de eerste) toch een uitzondering gemaakt. In de kroeg aan de overkant is een mega-scherm met de schaatsbeelden. De verleiding blijkt niet te temmen: naar binnen. En ook nog een pilsje genomen. In de vastentijd: foei! Onze nationale held wordt gediskwalificeerd, wat een ellende.
Zo werd die ene uitzondering toch nog een vastenoefening.... |
week 21
De rust is weergekeerd, het carnaval-gedruis verstomd. Alhoewel..., een enkele horecaffer kan het niet laten toch nog het 'paard te laten staan in de gang van juffrouw Jansen'. Het is echter een machteloze capitulatie-weigering, het is stil in de stad.
Zaterdag-avond speelt de plaatselijke voetbalclub een thuiswedstrijd; duidelijk is dat zij niet gescoord hebben. Mocht dit wél zo zijn, dan had een jubel-tune door de straat geschald. (de kroeg aan de overkant heeft een beeldverbeelding met het stadion en als er gedoelpunt is, gaan de speakers vol open om de vreugde te versterken)
'In het hart van de stad, in het hart van God' is de titel van de levensregel van de monastieke fraterniteiten van Jerusalem. Een adequate titelatuur: de hartslag van het stedelijke leven is vanuit de stilte duidelijk te ontwaren.
Vandaag is geen koopzondag, een passende toevalligheid aan het begin van de veertigdagentijd. Consuminderen is het devies. |
|
muziek van zuiver zwijgen |
|
week 20
Carnaval....
Geluidsboxen waar ze zich indertijd in Woodstock niet voor zouden schamen, staan opgesteld op een afstand van zo'n tachtig meter van de kluis. "Er staat een paard in de gang", "Mexico", "Weet je wat ik wel zou willen zijn, een bloemetjesgordijn", "Mallebabbe" et cetera; aan deze 'vrolijkheid' is niet te ontkomen. De grenzen van te harden stadsgeluid worden hier overschreden.
Er zit niets anders op: vluchten. Het horen is niet uit te schakelen. Is daarom de stilte zo weldadig? "Muziek van zuiver zwijgen", dicht Johannes van het Kruis.
In de herrie is het zwijgen onmogelijk, de innerlijke protest-stem roept alsmaar. Schrijven, concentreren, lezen, bidden, slapen leggen 't af. Creativiteit ook. |
week 19
Op 2 februari viert de kerk het feest van de Opdracht van de Heer (Maria Lichtmis).
Johannes Paulus II heeft deze dag (ook) in het teken gezet van 'godgewijde leven'. Als een teken van bemoediging en hoogachting voor diegenen die als broeder of zuster hun leven willen opdragen aan de Heer. De kracht van deze dag laat zich onmiskenbaar ervaren. In veel kloosters worden op deze professies afgelegd en vinden intredingen plaats. In Breda is er een speciale eucharistieviering in de kathedraal; de opkomst is onverwacht hoog. Het is een voorrecht juist op deze dag voor te mogen gaan.
Dit feest is bestemd voor een ieder; elke gedoopte wordt uitgenodigd zijn/haar leven op te dragen aan God. Wat dat betreft zijn broeders en zusters niets bijzonders. Wél kunnen zij zich 'uitverkoren' weten, omdat zij de mogelijkheid hebben hun leven op een bijzonder intieme wijze te delen met Christus.
Het stemt dankbaar dat velen rondom de gave van het godgewijde leven met elkaar verenigd zijn.
Onder lees meer volgt het kort overwegend woord van de Opdracht van de Heer in de Antoniuskathedraal.
|
|
Lees meer...
|
week 18
Een spreekbeurt over stadsmonnikendom in het dekenaal centrum te Roosendaal: het 'jongerenplatform' van het bisdom Breda.
Een klein twintigtal jongens en meisjes, de laatsten duidelijk in de meerderheid. Ze komen vanuit het hele bisdom, ook uit Zeeland. De avond wordt geopend met een gebedsdienst á la Taizé. Er heerst een grote eerbied voor God, inspirerend om Geest-verwanten zo ineens op het spoor te zijn. Daarna gesprek.
Hoe te spreken over het mysterie van de stilte, de eenvoud en de soberheid? Hoe jongeren deelgenoot maken over het ideaal van contemplatief leven in de stad? Het gaat vanzelf, het is goed geweest 'onvoorbereid' op weg te gaan. Het Taizé-gebed blijkt nu de voorbereiding, het is de Geest die afstemt.
Na de pauze worden precies díé vragen gesteld, die nodig zijn om het verhaal rond te krijgen. Zo wordt de mogelijkheid geboden te 'belijden' dat de kluis bewoond wordt door een liefhebbende Vader, dat de monnik geen onmenselijke en verstorven geestelijke krachtpatser hoeft te zijn, dat hij gericht is op Verbondenheid en vreugde.
Opmerkelijk hoeveel herkenning er is over en weer. Maar ook verwondering: het jongste meisje vraagt zich af wat er toch de lol van is nooit uit te gaan. Tsja...
Al met al een goede avond; ongedacht zijn er weer een paar Geest-verwanten bij gekomen. |
week 16&17
"Of je God ontmoet is niet zeker, dat je jezelf tegenkomt is daarentegen wél zeker", zei eens een kenner van het kluizenaarsleven.
Een trefzekere typering. Het is gelukt in de Chartreuse te geraken. De tocht door de sneeuw kende veel obstakels. Ook Fransen weten niet goed raad als het spoorwegnet door winterse omstandigheden wordt geteisterd. Nederlanders bespotten zichzelf als er ernstige vertragingen zijn, Fransen geven ongecompliceerd de schuld aan 'overmacht'.
Als een thuiskomst voelde het arriveren in het klooster. De stilte is overweldigend. In de Alpen is het van nature al stil, de sneeuw en de vorst, de staalblauwe hemel maken alles nóg stiller. Bij Benedictijnen of Trappisten kan een gast, als men de zinnen wil verzetten, even in de recreatiekamer een krantje lezen of met de portier een praatje maken, of bij de afwas met andere gasten praten. Hier, bij de monastieke familie van Bethlehem, is dat onmogelijk. Alles is alleen. En dan kom je jezelf tegen, soms. Soms ook is er een zeldzaam zuivere verbondenheid met de Heer.
Éen iets dringt zich duidelijk aan je op: als je hier niet bidt, is het niet uit te houden. Door die branding hééngaan, vanuit het zelf naar het gebed, is een noodzakelijkheid. De gedachten gaan vaak uit naar de heilige Bruno. De priester die vanuit de kerkelijke turbulenties de eenzaamheid opzocht om voor diezelfde kerk en haar opdracht te bidden. "Dieu cherche des adorateurs" is een kartuizer-motto; het is de Adem van de Chartreuse, het is de Adem voor allen die in stilte en eenzaamheid God willen dienen.
De retraite is goed geweest en het inzicht versterkt dat in deze tijd stilte-getuigen nodig zijn in de stad.
|
week 15
Zaterdag 9 januari: in alle guurte jagen de sneeuwvlokjes aan het raam voorbij. De stad is stiller, gezellig winkelen is in de kou geen aangename optie. Via internet is te vernemen dat het verkeer in binnen- en buitenland ernstig ontregeld is. Hoe zal dat gaan? De retraite naar de Chartreuse is al gepland en afgesproken. De trein naar Grenoble vertrekt morgen.
Een monnik zei eens: "Als je meent dat God méér aanwezig is in het klooster dan op de vismarkt, dan moet je er zeker niet heengaan." Met andere woorden: is het wel goed alles op alles te zetten om precies dáár in die franse Alpen te geraken en verdieping te zoeken? Nou, 'alles op alles alles' is een onsje teveel. Maar proberen: ja.
IJs en weder dienende is letterlijk van toepassing. 'On verra', zeggen de Fransen, we zullen zien. Bij de volgende 'ervaringen' op deze site zal een getrouw verslag volgen. Linksom of rechtsom, de retraite gaat door. Hopelijk in de Chartreuse, misschien elders. En toch maar liever niet ergens op een vismarkt...
(gezien bovenstaande zal er volgende week geen bijdrage zijn) |
Week 14
Volgende week op retraite bij de monastieke gemeenschap van Betlehem in de Chartreuse, grond van de heilige Bruno. Logeren bij de zusters, daar ook dagelijks de mis lezen voor de communauteit (geweldig!, in het frans) en de overige officies bijwonen bij de broeders, de buren van de zusters.
De Bruno-spiritualiteit is werkelijk anders dan de benedictijnse; héél anders. De kluizenaars in gemeenschap hebben slechts twee officies per dag gezamenlijk; de overige getijden (5) worden individueel in de kluis gebeden. De maaltijden zijn individueel. Dit vooruitzicht vergt voorbereiding; de overgang van het één naar het ander mag niet te abrupt zijn.
In de stilte aldaar is een Stem te verstaan op een zeldzaam heldere wijze: soms confronterend, soms heiligend. Vaker komt men evenwel het eigen stemmetje tegen, en dat is niet altijd zegenend.
De omgeving van de Alpen is prachtig; lekker wandelen in de (s)prekende stilte.
Een spannend avontuur, ja "spannend" is wel het woord. |
week 13
Kerstmis vieren in de -zelfverkozen!- eenzaamheid is een avontuur op zich.
Natuurlijk, er zijn de vele vieringen in de kerk met overigens niet zo veel mensen. Het weeralarm -ijzel- wordt als verklaring gegeven. Zal het waar zijn? De tijden van lange rijen voor de kerk die vervolgens binnenstromen als de deuren worden geopend, zijn sowieso toch wel voorbij. Jammer, maar niet meer dan dat.
Kerstmis en massaliteit is geen vanzelfsprekende combinatie. De broeders en zusters van Bethlehem (een variant op de kartuizers, levend onder het patronage van Bruno) hebben de oorsprong van hun spiritualiteit deels te danken aan de 'heilige stal'. Zij leven zoals het kleine jonge huisgezin in de stilte, de anonimiteit en in verbondenheid met Jezus. Veel monniken voelen zich verwant met Jezus' levensfase van vóór zijn openbare leven. Krachten, d.w.z. geestelijke -, worden verzameld die vooraf gaan aan de uitbloei. Mooie verheven gedachten wellicht, maar de praktijk is wat anders. Want hoe 'streng' monniken ook leven, er is altijd wel die onderlinge verbondenheid, de zgn. togetherness.
Met kerst geen dinertjes. Het zou als broeder van het Stille Leven ook niet meer smaken. Wat wel? Het verlangen de volgende kerst met medebroeders te kunnen zijn. Het gebed gaat naar de belangstellenden voor dit leven.
Zal er binnenkort een stal zijn? |
week 12
Menigeen vindt de regel van de broeders van het Stille Leven aan de forse kant. "Streng" wordt dan gezegd.
Het vereist inderdaad het nodige om trouw te zijn aan de eenzaamheid en de stilte. Regelmatig zijn de beproevingen zwaar. Toch leert de ervaring dat het 'uithouden' van deze ontbolstring zelden vergeefs is, omdat na de spreekwoordelijke regen de zonneschijn komt. God treedt aan het licht. In de mate dat betekenis wordt toegekend aan de kracht van het gebed, de voorbede en de beschouwing, in diezelfde mate is het contemplatief leven meer of minder zinvol.
Ervaren monniken beoordelen de regel veelal als adequaat. Éen merkte op: juist in de stad is een gerichtheid op strikte eenzaamheid en stilte misschien temeer nodig, omdat er zoveel ontsnappingsmogelijkheden zijn die de traditionele abdij niet kent. En een ander: juist in deze tijd van individualisering is een verlichte kartuizer-variant geëigend, het 'close' samenleven is een jas die de huidige mens niet meer past. En weer een ander: de stedeling kent bij tijd en wijle een knevelende eenzaamheid; het kan een troost en een stimulans zijn te zien dat er monniken zijn die de eenzaamheid naar een vruchtbare levensstijl weten om te buigen.
De regel is geschreven na een kort verblijf in de Grande Chartreuse; ook spelen duidelijk mee de ervaringen bij de stadsmonniken van Jérusalem. Belangrijkste les bij het leven van de regel: blijf bezig, doe iets.
Hoe toepasselijk die mooie liedtekst: zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder.... |
week 11
Op deze site wordt meer dan verwacht gebruik gemaakt van 'gebedsintenties'. 'Discretie is gegarandeerd' wordt op de pagina vermeld; hier dus geen opsomming van de inhoud.
De kracht van het gebed is niet te meten, de kracht van een onzeglijke anonieme verbondenheid evenmin. Wat is waardevoller dan te weten dat iemand voor je bidt en te weten dat je niet alleen bent? De intenties worden bemediteerd in de 'binnenkamer' gedurende de half uur stilte die aan de vespers vooraf gaat.
Het is slechts mogelijk in dit gebed te volharden door de wetenschap dat anderen voor de 'broeders van het stille leven' bidden. Aldus sluit zich een heilige cirkel volgens een verbondenheid in de Allerhoogste.
Het besef van deze basis is een eminente levens-vitamine.In Latijns-Amerika zegt men: 'Een droom die je alleen droomt is mogelijk bedrog. Een droom die je samen droomt, verandert de werkelijkheid.' |
|
week 10
De binnenstad maakt geluid, altijd. Soms door-de-week als een spinnende kat en in de weekends vaak als een wilde lynx die onverwacht begint te schreeuwen.
Deze zaterdagavond houdt de H. Nicolaas de mensen aan huis gekluisterd. De gevolgen voor het stadsgeluid zijn spectaculair: geen discodreunen, geen gelal op straat en veel minder geruis van verkeer. De gezelligheid die de mensen thuis ondervinden is hoorbaar in de publieke ruimte van de stad: het geluid van een tevreden spinnende kat.
Ook de zondagochtend heel vroeg geen feestvierders te horen. Maar toch een andere kleine verstoorder. Tijdens het gebed kruipt een pissebedje uit de rug van het psalmenboek. |
week 9
Een vriend en collega-priester belt; hij wil iets weten. Over koetjes en kalfjes praten is er niet bij. Na de informatie gegeven te hebben vraagt hij of er de laatste maand iets bijzonders is gebeurd en hoe het me vergaat. 'Niets speciaals', is het eerlijke antwoord, 'het monastieke leven gaat gewoon voort.' 'Zo moet het zijn', reageert hij, 'een monnik moet niet veel bijzonders meemaken.' Toen toch nog maar even over koetjes en kalfjes gepraat... |
week 8
Soms is een functioneel uitje gewenst. Het is vaak verwarrend om buitengaats te gaan, een overvloed aan impressies leidt tot een soort over-prikkeling. De mensen die je ontmoet merken niets aan je, de broeder van het stille leven lijkt in het normale leven moeiteloos mee te kunnen draaien. Het is misschien zelfs zo dat de stilte een prima basis biedt om juist wakker en alert in het maatschappelijk sociale leven te staan.
Deze keer niet naar de tandarts of een uitvaart, maar naar een lieddag in een klooster. Centraal staat de kerkmuziek van de franse dominicaan André Gouzes. Deze componist is in staat limoen-fris de eucharistie en de gebedstijden te toonzetten. Op een knappe wijze weet hij de gregoriaanse en byzantijns/orthodoxe toonsoort te combineren. En nu is er een nederlandstalige partituur.
In het klooster zijn driehonderd (!) belangstellenden verzameld om kennis te nemen van deze uitgave. Allemaal geoefende zangers, in no-time worden de psalmen en hymnen vierstemmig gezongen. De toekomst is voelbaar, hier liggen onloochenbaar nieuwe kansen; traditie en vernieuwing versterken elkaar.
Er wordt vanzelfsprekend veel gepraat in de pauzes. Vanwege de bruine monastieke kiel vragen velen: "Ben je franciscaan?" Een goede aanleiding om iets over het stadsmonniken-initiatief te kunnen vertellen.
Aan het eind van de dag terug in de kluis. Een interessante dag achter de rug en tevens een verademing om weer thuis te zijn... |
week 7
De 'acedia' behoort tot één van de zeven hoofdzonden.
De acedia is een lusteloosheid, een dorheid die zich toont in gemakzucht, traagheid, luiheid en een ervaring van zinloosheid. Het is dé grote vijand die de monnik te bestrijden heeft.
Het vast volhouden van het gebed is een voorname remedie. Soms moet je je bij wijze van spreken losrukken van je stoel om te gaan bidden in de binnenkamer. Van het studeervertrek naar de bidplek is dertig voetstappen. Het kan wel een wereldreis lijken om die 'tocht' te gaan; en dat is het eigenlijk ook: van de éne naar die andere wereld waarin God centraal staat en niemand anders. Wég gaan uit je bekommernis, opstaan, gewoon doen. Deze gewoonte moet meer en meer zó inslijten, dat deze tocht gedachtenloos ondernomen wordt. Er is Iemand die op je wacht...
Het blijft een oefening, en dat is eigenlijk gek want de acedia verdwijnt praktisch altijd als sneeuw voor de zon in de binnenkamer. Ergo: discipline is heel belangrijk.
Nawoord. Na schrijven van dit stukje op weg naar de binnenkamer. Wat was de lezing volgens het rooster?: Lucas 18, 1 - 8. Heel treffend, toeval bestaat...
|
week 6
Een vliegwiel kan worden gebruikt om een machine of apparaat gelijkmatig te laten lopen.
In het monnikendom is orde en regelmaat het vliegwiel waaromheen alles draait. Als een stok wordt gestoken in het monastieke levenswiel, kost het veel energie om de 'de gebedsmolen' weer op gang te brengen. De stad is niet de stok: als men in de (relatieve) stilte blijft, is er niets aan de hand. De stok is de neiging toe te geven aan het maken van uitzonderingen, maar ook -en misschien nog meer- om te veel aandacht te geven aan de eigen gemoedsbewegingen. In de stilte kan je hierdoor opgevreten worden.
Zorgelijkheid over het eigen lot is in wezen een vorm van ijdelheid, een overtrokken ik-gerichtheid. Het stadsmonnikendom is geen eigen bezit, zoals een kind is het toevertrouwd. Dit inzicht is van groot belang om alles gelijkmatig te laten verlopen. |
week 5
Ora et labora, bid en werk, is een monastiek motto. Er schuilt een grote wijsheid in. Het werk en met name de handenarbeid is noodzakelijk voor het evenwicht.
Zo is bijvoorbeeld één keer in de week de kluis schoonmaken een 'uitje'; het is werkelijk de zinnen verzetten. Vegen, bezemen, dweilen, stof afnemen, flessen in de glasbak gooien. Bezig zijn met je lichaam. De geest krijgt alle tijd om vrij te associëren. De 'binnenkamer' (gebedshoek) ontruimen, het bureau opnieuw ordenen en het nodige weggooien, stoelen verzetten... Alles wordt aangeraakt en gaat vaak vergezeld met vederlichte gedachten.
Ora et labora, een binnenkant vraagt om veruiterlijking. Een stoffige geest, een stoffige kluis. En omgekeerd: met het schoonmaken wordt de geest opgefrist. Het wèrkt...
Vader Benedictus schrijft in zijn regel over de handenarbeid: "Ledigheid is de vijand van de ziel". So true! |
week 4
Op 20 oktober hebben we Ans Beckers begraven; zij was een drijvende kracht achter het eerdere stadsmonniken-initiatief in Amsterdam. Die dag was helder en zonnig. In de kapel van de begraafplaats Buitenveldert vond de eucharistieviering plaats volgens de monastieke liturgie zoals die indertijd (1996 - 2003) werd gehanteerd: veel stilte en de vreugdevol getoonzette psalmen 'a capella' gezongen. Een (ver)lichte sfeer. Vanuit de kapel naar de aangrenzende begraafplaats, op weg naar haar laatste plek. Een stoet zingend 'In Paradisum'. God zag dat het goed was, heel goed...
woord van overweging
Ans was een vrouw klein van gestalte; een kleine vrouw kan men noemen een vrouwtje. Ans heeft de leeftijd van 88 jaar bereikt; dat is oud. En toch is Ans nooit geworden een oud vrouwtje.
Ans, haar leven lang vrijgezel. Tegelijkertijd was Ans een knappe, charmante vrouw en zeer smaakvol gekleed.
Ans was heel vroom, en tegelijkertijd allerminst een kwezel; ze had zelfs iets heilig ondeugends. Ans hield heel veel van de kerk en tegelijkertijd zag ze iedereen, van broeder portier tot de paus, in de eerste plaats als collega in de zoektocht naar God. Ans, een authentieke, autonome vrouw. Eén ding is zeker: bij haar uitvaart zou Ans wensen dat wij God lof en dank brengen, en nìet haar eigen verdiensten. Ans heeft haar leven ervaren als één en al genade.
Kijken we naar de voorkant van het boekje: het is een afbeelding in de gewelven van de basiliek van Vezelay, getiteld 'de mystieke molen'. Ans verstond dit beeld als volgt: ons bestaan wordt door de molen gegooid, de molen van het leven; het gewone leven in zijn dagelijksheid. De figuur rechts is Christus die ons altijd opvangt. Zo heeft Ans haar leven verstaan: de wederwaardigheden van iedere dag worden opgevangen door Christus.
Haar grote geloof heeft Ans van huis uit meegekregen; de diepgang ervan èn de vreugde. Die nestwarmte van het ouderlijk huis is haar altijd bijgebleven. Met een bijna jaloezie-wekkende zekerheid was Ans ervan overtuigd dat zij na de dood met haar ouders verenigd zou worden.
De vreugde van het geloof heeft Ans kunnen verbreden naar een geloof in de vreugde. Als onderwijzeres heeft zij zoveel vreugde ontmoet in het contact met de kinderen. Met grote toewijding kon zij haar leerlingen nabij zijn. Ans zelf heeft ook altijd iets behouden van een kind: een kind van het Licht. In haar contact naar anderen was ze onbevangen en bedacht op het goede in de ander, soms misschien op het naïeve af. Waarschijnlijk heeft zij door deze levenshouding weinig kwetsuren opgelopen. En mocht zij dóór hebben gehad dat ze werd beduveld, dan zou ze degene die haar beduvelde waarschijnlijk beklagenswaardiger hebben gevonden dan zichzelf.
Ans' leven, een lofzang op God. Vanuit dit perpectief heeft ze vaak overwogen in te treden. Ze heeft een tijdlang gezocht bij verschillende congregaties. Haar moeder grapte: nou kind, als je intreedt, kon je maar beter meteen moeder overste worden...
Toen ze evenwel de karmeliet Mattias Artz ontmoette en heel regelmatig gesprekken met hem voerde (ook in gespreksgroepjes) wist zij haar leven in de wereld te integreren met haar roeping. Totdat de stadsmonniken kwamen, een nieuw initiatief indertijd. In de lente van '97 maakte zij haar wens kenbaar: ze wilde stadsmonnik worden. Dat gesprek op die dag herinner ik me nog goed; het was een verlichte dag, er was veel verlichting. Het ideaal van een biddende presentie van broeders en zusters temidden van de drukke stad en haar vaak vermoeide bewoners, dit was wat zij altijd al had gezocht. Ans heeft alles gegeven om dit ideaal mede-gestalte te geven.
Dat dit initiatief uiteindelijk niet de uitbloei mocht hebben die wij ervan hadden verhoopt, deerde haar nauwelijks. 'En tòch', zei ze, 'eens zal blijken dat dit niet voor niets is geweest.' Een vrucht is in ieder geval het bestaan van de zgn. waakvlamgroep: iedere donderdagavond worden in de Nicolaaskerk de vespers gezongen. En tevens zijn er grote verbondenheden ontstaan. Zo ook met met vele gelovigen van de Nicolaas, de kerk die haar zo lief was; meerderen van hen zijn haar trouw gebleven door o.a. bezoekjes in St. Jakob.
Terug naar de stadsmonniken. Het waren mooie tijden, alhoewel niet altijd even eenvoudig. Drie a-selecte voorbeelden uit die tijd. - Toen het eens wat moeilijk was, vroeg ik: 'Ans, hoe gaat 't met je?' Ze antwoordde: 'Het gaat altijd goed met me, ook als het slecht met me gaat.' - Tijdens de getijden deed Ans regelmatig een lezing uit de Schrift. Sòms gebeurde het (3 à 4 maal per jaar) dat ze volschoot. De liefde van God overmande haar. Ze liep terug naar haar plaats en iemand anders nam de lezing over. - Ans was de jongste, in ieder geval de snelste van de groep, terwijl iedereen minstens een generatie jonger was. Grappig was toen iemand van achter in de dertig haar toeriep: 'Niet zo snel Ans, wij moeten het ook nog kunnen bijhouden...'
Niet zo snel Ans..., niet zo snel. Ans is toch nog sneller gestorven dan we dachten. Maar ze wilde gaan. Ze heeft ook signalen gegeven. Zoals haar past, ze is toegesneld op haar God en zaligmaker. Ze is nu helemaal door de molen gegaan en opgevangen door Christus. Hem hoorden wij in het evangelie zeggen: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.'
Ans heeft zijn weg willen gaan, zijn waarheid gezocht en ontmoet, ze mag nu delen in zijn leven. Fictief -het is gewaagd- mag deze vraag gesteld worden: Ans, hoe gaat 't met je? Haar antwoord zal zijn: het gaat heel goed met me, ik weet nu waarvoor ik geleefd heb, ik ben thuis, ik ben gelukkig.
|
week 3
Tijdens de metten verschijnt soms een klein pissebedje, hij kruipt over de vloer, heel dichtbij. Dat is onaangenaam. Wat te doen? Het is onmogelijk niet naar het beestje te kijken. Bidden lukt amper meer. Dit lelijke schepseltje is niet schadelijk. Een hindoe herkent in alle leven de hand van de Schepper. Moet het gebed wijken voor een pissebed?
Nee, de bidder gooit het psalmenboek op het beestje: een vochtplek op de vloer en op het boek. Papieren zakdoekje halen, schoonvegen en klaar! Het gebed gaat zonder duidelijke wroeging voort. Maar toch, een heel klein beetje, knaagt er iets. Nu in de herfst is het kouder, de kruipende afleidertjes verschijnen niet meer.
|
week 2
Het nachtgebed wordt 'de metten' genoemd. In de monnikenwereld is 4.15 uur vróeg; het begin van een nieuwe dag. In de wereld van de cafébezoekers is het laat: de kroegen zijn (zaterdag op zondag) net een kwartier dicht. De stilte van de nacht wordt regelmatig doorschreeuwd door wilde kreten en melodie-loos gezang. De feestvierders vinden hun vroegte straks in de middag; met hoofdpijn valt te vrezen. Wie is nou gek?
Het voelt als een voorrecht in een andere wereld te verkeren waar het rein is en nuchter. Twee verschillende werelden. Het gebed geeft in dat het ten diepste toch om één wereld gaat: mensen op weg naar vervulling, naar God? De afzondering in de stad: stilte, eenzaamheid, gebed. Is de monnik misschien gek?
Velen menen van wél. Het is een opgave om mensen van wie je houdt -vrienden, familie, parochianen- 'nee' te moeten verkopen. Geen feestjes, verjaardagen, gezelligheidsbezoekjes etcetera. Niemand ontvangen in de kluis. Er is geen bescherming van een stoer kloostercomplex, het moet uitgelegd worden. De 'splendid isolation' riekt voor sommigen naar hoogmoedigheid en verwerpelijke afzijdigheid van het gewone mensenleven. Ook wordt schuwheid vermoed. Niets is minder waar; het gaat juist om verbondenheid en solidariteit met alles en iedereen onder het hemelgewelf.
'Opdat allen één zijn', is Jezus' gebed; juist dààr legt de monnik zich op toe. In de nacht is hoorbaar de sirene van een ambulance-auto; het gebed gaat een moment naar degene die in nood is, en even later naar een volgende be-nevelde schreeuwer... Naar wat of wie schreeuwt hij? God mag 't weten...
|
week 1
Een monnik alleen is eigenlijk een kluizenaar. Zolang er geen communauteit kan zijn, moet je het in je eentje zien te rooien. Duidelijk is dat vele jaren van monastieke inoefening hierbij behulpzaam zijn.
'Verbondenheid' is een kernwoord om de stilte en eenzaamheid vruchtbaar te maken; vanzelfsprekend verbondenheid met de Heer. Maar tevens is in verbinding staan met medebroeders van groot belang. Verrassend is het dat dit mogelijk blijkt op LAT-basis.
Het geeft grote kracht je te realiseren dat geestverwanten elders, in gemeenschap, met dezelfde zoektocht bezig zijn. Ze zitten overal: Diepenveen, de Chartreuse, Egmond, Tilburg, Parijs, Brussel en waar niet al.
Het valt niet moeilijk -dat denken velen- om om 04.00 uur op te staan. Integendeel: het is een mooi moment. Alles is nog maagdelijk, de dag is nog niet vervuild. Het lichtje bij de Christus-ikoon in de 'binnenkamer' wordt ontstoken, dan even een kop koffie, en om kwart over vier gaat het spotje aan in de binnenkamer; de Uitnodiging kan beantwoord worden met te zingen: "Heer open mijn lippen en mijn mond zal uw lof verkondigen." Vervolgens de psalmen en de lezingen. Om vijf uur is de afsluiting, er zijn dus allerminst korte metten gemaakt. Daarna weer koffie. Het is nog steeds donker. En stil. Het is goed. Zoals in Diepenveen,de Chartreuse etc..
De verbondenheid vasthouden is nu het devies, de stilte en de rust bewaren.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|