 |
 |
 |
Citaten
God slaat geen acht op het aanzien van een mens.
Paulus aan de Galaten
|
Ik wil de zonde van iemand anders niet kennen.
Let niet op wat schadelijk is. Je hebt er niets aan.
Als iemand boze dingen over je zegt, moet je 'm helpen.
Als iemand iets goeds over je zegt, moet je dat aan God teruggeven.
(broeder Egidius)
|
Soms, wanneer de ziel er niet in het minst op bedacht is, en er niet in het minst naar verlangt, raakt God de ziel op goddelijke wijze, bepaalde herinneringen aan Hem veroorzakend. (Johannes van het Kruis) |
Als je haar volgt, verdwaal je niet. Als je haar aanroept, wanhoop je niet. Als je aan haar denkt, vergis je je niet. Als zij je steunt, val je niet. Als zij je beschermt, vrees je niet. Als zij je leidt, word je niet moe. Als zij je begunstigt, bereik je je doel.
(Bernardus van Clairvaux over Maria)
|
|
Als je rustig en alleen zit, ontvlucht je drie oorlogen: horen, spreken en zien. Het enige waar je de hele tijd tegen vecht is je eigen hart.
(Abba Antonius)
|
|
In verband met de zomer-retraite wordt het eerstvolgende citaat geplaatst op 9 augustus. |
Een gevangene in ketens kan niet vluchten.
Zo kan een denken dat gevangen zit in emotie ook niet de plaats van geestelijk gebed ontdekken. Gepassioneerde gedachten misbruiken het. Het kan daardoor niet resoluut en rustig zijn.
(Evagrius Ponticus)
|
Ga alleen in je cel zitten. Jouw cel zal je alles onderwijzen.
(Abba Mozes) |
Een broeder vroeg aan een kluizenaar: 'Abba, als iemand met roddelpraat komt, moet ik hem vragen om op te houden met praten?' 'Nee.'
'Waarom?' 'Omdat wij ook roddelen. We zouden dan iemand vragen iets te doen wat wijzelf niet kunnen doen.'
'Wat is dan het beste om te doen?' 'Het beste is om te zwijgen. Stilte is beter voor ons en voor anderen.' |
Een broeder vroeg Poëmen: 'Hoe moet ik mij gedragen daar waar ik woon?' Poëmen antwoordde: 'Wees voorzichtig als een vreemde en waar je ook bent, verwacht niet dat men serieus neemt wat je te zeggen hebt. Doe dit en je zult vrede ontdekken.'
|
Evagrius sprak heel intelligent tijdens een ontmoeting.
Toen gaf de priester als commentaar: 'Abba, als u in de wereld zou leven, zou u waarschijnlijk een leidende bisschop zijn, maar u bent ver weg, in de afzondering.'
Dit vervulde Evagrius met goddelijk verdriet, maar verstoorde niet zijn vrede. Half gebogen haalde hij Job aan: 'Ik heb een of twee keer gesproken, maar nooit weer.'
(relaas over Evagrius Ponticus)
|
|
Het enige bezit van één van onze broeders was een boek van de evangeliën. Hij verkocht het en gaf de opbrengst aan de armen.
Wat hij zei was de moeite waard om te onthouden: "Ik heb het boek verkocht dat zegt dat ik mijn bezittingen moet verkopen en het geld geven aan de armen."
(Evagrius Ponticus)
|
Terwijl de wereld draait, staat het kruis.
(zinnebeeld van de Kartuizers)
|
Als ik voor anderen bid, verlies ik mezelf en word ik de ander gelijk, maar daarin word ik dan gevonden door de goddelijke liefde, die de hele mensheid vol mededogen in haar armen houdt.
(Henri Nouwen)
|
Beschouwend bidden in de stilte is een discipline waarbij men probeert de geest leeg te maken van zelfzuchtige zorgen in een poging zichzelf in harmonie te brengen met de realiteit.
(Sara Maitland, "Stilte als antwoord") |
Richt mijn leven op, naar uw belofte; beschaam mij niet in mijn verwachting.
(psalm 119, 116)
|
|
De kerk nodigt tot contemplatie uit. Wat zij ziet, is er en is er niet. Wat zij ziet, is een belofte: het rijk van God. Een uitgestelde belofte. Wat wordt geschouwd, is nooit te zien. (André Zegveld)
|
Hoevelen die binnen de kerk zijn, zijn daarbuiten. En hoevelen die er buiten zijn, zijn binnen.
(kerkvader Augustinus )
|
Het is een nauwe poort die naar de verrijzenis van Pasen leidt: reinheid, eerlijkheid, vergevingsgezindheid.
Alhoewel nauw, een ieder kan er doorheen, niemand uitgezonderd. Achter de poort ligt / licht verlossing en bevrijding: God.
(een broeder van het Stille Leven)
|
Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid.
(profeet Jesaja)
|
Gij hebt uw Zoon gegeven voor onze bevrijding, zijn dood heeft onze schuldigheid doorkruist, ons lot heeft Hij ten goede gekeerd.
(uit de Paasjubelzang)
|
Broeder, jouw levensstijl staat op een bijzondere wijze in het teken van God; je stelt daarmee ook een teken naar de wereld. Je krijgt toebedeeld een grote Vreugde in het religieuze leven, je ziet af van de verstrooiingen die de wereld te vergeven heeft; onderschat die tekenwaarde niet, het is de profetische dimensie van het monnik-zijn.
(uit de regel monniken in de stad, broeders van het stille leven)
|
Wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij beloont allen die Hem zoeken.
(brief aan de Hebreeën) |
|
Zeg heel de Waarheid - maar gebogen - een Omweg leidt naar 't Doel De waarheid die te plotseling daagt is voor een zwak gevoel - te fel Zoals men Bliksem rustig uitlegt aan ieder angstig Kind zo moet de Waarheid langzaam gloren opdat zij niet verblindt.
(Emily Dickinson)
|
Als je een hart hebt, dan kun je gered worden.
(abt Pambo, 4e/5e eeuw)
|
|
Om naar het diepe te kunnen varen op Jezus' woord, is het bijna noodzakelijk dat wij eerst vruchteloos gezwoegd hebben in de nacht. Zo gaat dat met de ontwikkeling van een gelovig leven, we hebben Gods rijkdom niet per direct op zak.
(uit een preek van broeder Bernard)
|
Ik ken slechts twee levensfilosofieën: de eerste begint met het vasten en eindigt in het feest; de tweede begint bij het feest en eindigt met schele hoofdpijn.
(mgr. Fulton Sheen) |
Aanbidding, ah! Het is een woord van de hemel. Me dunkt dat je het kunt omschrijven als de extase van de liefde. Het is de liefde, verpletterd door de schoonheid, de kracht van de onmetelijke grootheid van de Geliefde. Ze valt in een soort onmacht, in een volle diepe stilte. Over deze stilte sprak David, toen hij zei: "De stilte is uw lofzang" (ps. 65, 2). Ja, dat is de mooiste lofzang, want zij zingt eeuwig in de schoot van de rustige Drie-eenheid. Zij is ook de "laatste inspanning van de ziel die overstroomt en niets meer te zeggen weet".
(Elisabeth van de Drie-eenheid) |
De cel wordt bewoond door een liefhebbende Vader. Dag in, dag uit, met Zijn zachtheid, Zijn almacht, Zijn vasthoudendheid laat Hij Zijn kind zijn plannen, zijn dromen over heiligheid, zijn illusies, zijn masker, zijn menselijke steunpunten, zijn vertroostingen, zijn zekerheden opgeven, opdat -beetje bij beetje- het geloof de fundamentele helderheid wordt van Zijn heilige.
(bron: monastieke familie van Bethlehem, Maria Tenhemelopneming en de H. Bruno) |
Al wordt ons leven heel duidelijk gestructureerd door de regel, het is toch het leven met zijn gestage en onvoorziene loop dat de monnik naar zijn innerlijke mens voert, waar hij de stem van God beluistert en waar een nieuwe mens wordt gevormd. Het huidige moment is het alles overheersende. Dat heeft zijn volheid in zichzelf en het is altijd actueel en volkomen nieuw.
(een kartuizer) |
Geduld is de metgezel van wijsheid.
(kerkvader Augustinus) |
Dieu cherche des adorateurs.
(God zoekt aanbidders)
|
Monnik word je niet, je bent het. Ergens, op een dag, gebeurt het. Je komt erachter dat dit je weg is. En gaandeweg leer je leven met die wetenschap, gaandeweg groeit het besef in je dat het onontkoombaar is. Je weet dat je je leven alleen nog hand in hand met God wilt leven.
(website Abdij Sion) |
De vraag waar je woont is wezenlijker dan de vraag wie je bent.
(Peter Sloterdijk) |
Als Christus duizendmaal geboren zou zijn in de stal van Bethlehem, maar niet in ons hart, dan was zijn geboorte waardeloos.
(kerkvader Augustinus) |
De nacht, d'indringend-stille, Voorafgaand aan het schemerlichte dagen, Muziek van zuiver zwijgen, Eenzaamheid vol van klanken, Het avondmaal dat opwekt en verliefd maakt.
(Johannes van het Kruis, Geestelijk Hooglied)
|
In de volstrekte stilte en eenzaamheid wordt de mens op aangrijpende manier verbonden met God, de enig nog aanwezige. 'Nooit ben ik minder alleen dan wanneer ik alleen ben'.
(Willem van St. Thierry) |
Zoals er vogels zijn die zingen omdat er een stem oprijst uit hun binnenste, Zo zijn er mensen die geloven, niet uit angst en niet uit hoop op beloning, maar omdat zij krachtens hun wezen niet anders kunnen.
(Abel Herzberg) |
In Louisville, op de hoek van de Vierde en de Walnutstraat, in het midden van de winkelbuurt, werd ik ineens overweldigd door het besef dat ik van al die mensen hield, dat zij bij mij hoorden en ik bij hen, dat wij geen vreemden voor elkaar konden zijn al kenden wij elkaar niet eens.....
Niet dat ik de realiteit van mijn roeping in twijfel trek... Mijn eenzaamheid is echter niet van mij alleen, want ik zie nu hoezeer zij ook anderen toebehoort - en dat ik er voor verantwoordelijk ben, niet enkel voor mezelf maar ook voor de anderen. Omdat ik me één voel met hen, ben ik aan hen verplicht alleen te zijn en wanneer ik alleen ben, dan zijn zij niet 'zij', maar mijn eigen zelf. Er bestaan geen vreemden!
(Thomas Merton, trappist) |
Ik heb geleerd hoe moeilijk het is om in de eenzaamheid een gevoel van stabiliteit en eigenwaarde te bewaren.
(nancy klein maguire) |
 |
|
Het kartuizer leven wordt gewoonlijk aangeduid met 'eenzaamheid'. Als het begrip daar ophoudt, als het concept niet meer dan dat bevat, dan is het kartuizer leven niet alleen een belediging voor de mens, maar ook voor zijn Schepper. We zouden ervan moeten houden om met anderen te zijn. God heeft het zo geschapen, en iedere neiging in een andere richting is een verdorvenheid van de menselijke natuur. Wij zoeken eenzaamheid op, maar nìèt vanuit de wens niet met anderen te zijn; wij zoeken juist met een tegenovergestelde reden.
(uit een preek)
|
Ik ontdekte dat ik minder en minder te zeggen had, tot ik uiteindelijk stil werd en begon te luisteren. En in de stilte hoorde ik de stem van God.
(Sören Kierkegaard) |
Velen 'proberen' de stilte uit en komen verrukt terug. Maar zij hebben nooit echt ervaren welk een totaal beroep die stilte doet op het mens-zijn. Terwijl zij in hun kluis waren, wisten ze dat ze het weekend weer thuis zouden zijn of aan zee. Maar de stilte is verre van romantisch.
(waarschuwende woorden van een novicenmeester)
|
Net zoals vissen sterven als zij te lang uit het water zijn, zo verliezen monniken de intensiteit van de innerlijke vrede als zij te lang buiten hun kluis vertoeven of hun tijd doorbrengen met mensen van de wereld. Dus, net als vissen die naar de zee gaan, zo moeten wij ons haasten om onze kluis te bereiken; uit angst dat wij door buiten rond te hangen onze geestelijke opmerkzaamheid verliezen.
(antonius abt) |
Min de stilte in uw wezen Min de stilte die bezielt Zij die de stilte vrezen Hebben nooit een hart gelezen Hebben nooit geknield.
(ds. Carel Steven Adema van Scheltema)
|
Ik heb vaak gezegd dat alle ellende van de mensen maar één oorzaak heeft, namelijk dat zij niet in staat zijn rustig in een kamer te blijven.
(Blaise Pascal, gedachten)
|
|
Wanneer je liefhebt,  kan je ook iets dwaas' doen. De meest mooie en betekenisvolle dwaasheden worden gedaan uit liefde.
(kartuizer over zijn roeping)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|